De feestdagen staan voor de deur. En of het nou met het klimaatprobleem te maken heeft of niet, het ziet er niet direct uit of het een witte kerst gaat worden. Laten we dan maar hopen op een echte groene kerst. Een kerst waar we allemaal weer onderdeel van het verschil kunnen uitmaken. Ook in deze tijden, of misschien juist wel specifiek in deze tijden, is er geen enkele reden om de dingen niet net iets beter te doen dan voorheen. En dat zonder een moment iets in te leveren van het plezier wat we hebben met vrienden en familie. Hieronder wat tips voor een groene kerst. Een soort ‘How to Green your Christmas’ dus, om maar in lijn te blijven van ons laatste boek.
Energie:
Veel mensen gaan op pad tijdens de kerstdagen. Je bent knetterdruk bezig met nadenken wat je ook al weer allemaal mee moest nemen. Kerstavond naar je schoonouders, eerste kerstdag naar je zus, kadootjes mee, schone sokken. Maar vergeet dan niet om toch even je thermostaat flink omlaag te draaien. Laat je niet gek maken door die verhalen dat het meer energie zou kosten om dan daarna je huis weer te verwarmen, dat is echt een broodje aap. Zet ‘m gewoon op tien graden als je een paar dagen weggaat. En als je dan wat lampen aan wilt laten om te doen of je thuis bent, het liefst met een goede tijdschakelaar er tussen, zorg dan dat vooral díe lampen spaarlampen of zelfs LED lampen zijn. Blijf je wel thuis, en wil je fijn je huis in de kerststand, vervang dan zo zoetjes aan al die oude kerstlampjes voor LED lampjes. Scheelt al snel een flinke slok op een gluhwijn aan energiekosten. En als je niet thuis bent, zet je ze weer lekker uit. Niemand die door de gordijnen naar je kerstboom gaat zitten staren, althans niet de mensen die je daar graag wilt hebben.
Eten:
Deze dagen draaien in veel gevallen om eten. Veel eten. En lekker eten. Echt lekker eten doe je met een gezond verstand. En dat betekent dat je eens op zoek zou kunnen gaan naar fijne streekproducten van lokale boeren, of mooie biologische producten (hier wat recepten), heerlijke seizoensproducten. Een aardbei met kerst slaat namelijk eigenlijk nergens op. Zeker niet als die business class is ingevlogen uit een werelddeel waar het zomer is. Of als het uit een gestookte kas komt. Er is zoveel lekkers te maken met wat moeder aarde ons op dít moment biedt. En je hoeft echt niet over de top te gaan. Maar mocht je toch wat uitschieten, dan zijn de dagen tussen kerst en nieuwjaar prima te vullen met heerlijke kliekjes van de kerstdagen. Of vries het in voor later. Niet weggooien. Wist je dat we zo’n 20% van ons eten nog in de verpakking weggooien? En dat bijna 50% van het eten wat we oogsten niet het doel, onze mond, haalt? Daar zit nog veel winst te halen. En dus ook rond kerst. Juist rond kerst.
Spullen:
Steeds meer mensen verhuizen hun pakjesavond van begin december, de klassieke Sinterklaas, naar eind december, de moderne Santa Claus. Maakt mij niet uit, het is uiteindelijk dezelfde man gebleven (Santa Claus is destijds afgeleid van de Sinterklaas die we mee brachten naar Nieuw Amsterdam, het huidige New York). En dan regent het kadootjes. Maar is iemand echt blijer met iets wat glimmend nieuw is, of maakt dat soms niet uit? Is een boek fijner lezen als het uit plastic komt, of juist als iemand anders het al gelezen heeft en nu doorgeeft, met een klein commentaartje voorin geschreven? Speelgoed kan toch heel goed wat langer dan die ene maand meegaan, door het aan een volgend kind te geven? Zo’n kleine is daar net zo blij mee. Of hou een gezellige ruilmarkt op een vrije ochtend. Iedereen neemt al z’n kadootjes mee waar hij of zij eigenlijk niet echt iets mee kan, de zoveelste kurkentrekker bijvoorbeeld, die extra schroevendraaier of dat potje chutney uit het kerstpakket. Neem dan meteen die doos speelgoed mee die op zolder staat. En dan onder het genot van de taart die over was van gisteravond. Smaakt vaak nog lekkerder de volgende dag.
Kortom, er zijn zoveel mogelijkheden om op een simpele manier ook kerst een tikje groener te maken.
Dan kan die witte kerst altijd nog.